Vragenspel
Een spel voor een groep waarvan de leden elkaars namen niet of nauwelijks kennen.
Laat alle groepsleden in een kring op de grond gaan zitten. Een willekeurig groepslid (nummer 1) vraagt aan een ander persoon (nummer 2): hoe is de naam van die en die (nummer 3) en wijst iemand aan.
Weet nummer 2 de naam van nummer 3 niet, dan zegt nummer 3 zijn naam en wijst nummer 1 een nieuw persoon aan, waarvan de naam wederom door nummer 2 genoemd moet worden. Weet nummer 2 de naam van nummer 3 wel, dan mag nummer 2 aan nummer 3 de naam van een nieuw persoon vragen (nummer 4), etc. Het spel eindigt, wanneer iedereen iedereen van naam kent.
Levend kwartet
Voor groepen waarvan de leden elkaar nog niet kennen. De groep wordt verdeeld in groepjes van 4 spelers. Deze groepjes (A, B, C en D) gaan verspreid in de ruimte staan. De spelleider heeft een lijst met namen van alle groepsleden en leest deze namen tweemaal voor. Groep A begint en vraagt nu aan een ander groepje één van de opgelezen namen: ‘Groep B, mogen wij van jullie Nicole?’ Zit Nicole inderdaad in groep B, dan gaat zij over naar groep A die om haar naam had gevraagd; en de groep mag doorgaan met vragen.
Wordt er fout gevraagd, dan is de andere groep aan de beurt. Tijdens het spel mogen er geen andere namen worden opgeschreven. Om al te veel over en weer geloop te voorkomen, kan worden afgesproken dat aan het begin van elke vraagbeurt een nog niet gevonden naam moet worden genoemd.
Naamrebus
Voor groepen waarvan de leden elkaar niet kennen.
Geef alle groepsleden een groot vol papier en tekenmateriaal. Laat ieder op zijn papier proberen zijn naam in rebusvorm op te schrijven/tekenen. Zijn alle rebussen klaar, dan hang je ze aan de muur. Laat ieder voor zich zoveel mogelijk namen raden (opschrijven mag).
Tot slot: voorstellingsronde. . . Wat stond er, en welk gezicht hoort er bij?
Fotospel
Laat ieder in een kring op de grond zitten. In het midden van de kring leg je een aantal foto’s of ander plaatmateriaal. Je stelt nu een vraag en hierbij zoekt ieder een passende foto. Bijvoorbeeld:
- kies een foto die bij jou past
- kies een foto die iets zegt over waarom je mee wil doen aan deze groep
- kies een foto die iets zegt over wat jij belangrijk vindt in het leven
- kies een foto over iets waar je grondig de pest aan hebt
Kennen de groepsleden elkaar nog niet, dan zeggen ze eerst hun naam vóór ze iets over de gekozen foto vertellen.
Reclamespot
Verdeel de groep in kleinere groepjes. Laat ieder groepje zich voorstellen, dat zijn groepsleden ‘verkocht’ moeten worden. Voor ieder groepslid wordt dan ook een wervende reclameleus gemaakt, b.v.: Legergroen, dat is niets voor onze Koen, in ziekenhuisgroen zou hij het veel beter doen.
Of: Dit is onze nieuwste Hansworst. Het liefst zou hij zijn brood verdienen in een…
Geen ja, geen nee
Laat ieder groepslid een partner kiezen en geef aan ieder vijf lucifers. De tweetallen gaan met elkaar een gesprekje aan waarin ze zoveel mogelijk van elkaar te weten zien te komen. Wie tijdens het gesprek ‘ja’ of ‘nee’ zegt, moet zijn partner (of tegenstander, hoe je het maar noemen wil) een lucifer geven. Het komt er dus op aan je partner te misleiden, zodat deze met ‘ja’ of ‘nee’ antwoordt. Wissel een aantal keren van partner. Als je het spel stopt, kan degene met de meeste lucifers als winnaar aangewezen worden.
Vertel jets over jezelf onder naam
Voor groepen waarvan de groepsleden elkaar al kennen.
Ieder schrijft op een kaart iets over zichzelf, echter zonder de naam te vermelden. Een paar voorbeelden:
- Ik ben geboren in…
- Ik houd beslist niet van..
- Het liefste ga …..
- In mijn vrije tijd doe ik veel aan …
Na een bepaalde tijd worden de kaarten ingeleverd, geschud en uitgedeeld. De kaarten worden voorgelezen en de groep moet raden wie de schrijver of schrijfster is.
Alliteratie‑dans
Voor groepen waarvan de groepsleden elkaar niet kennen.
Maak een kring van stoelen en laat iedereen plaats nemen. Er moet een stoel over zijn. Noem één keer allemaal je naam. Vervolgens zegt de persoon met de lege stoel rechts naast zich:
eerlijke Els. Els gaat dan op die lege stoel zitten. Degene die nu een lege stoel rechts naast zich heeft, noemt weer een met een bijvoeglijk naamwoord, dat met dezelfde letter begint als die naam, b.v. bibberende bas. Bas gaat dan op die lege stoel zitten. Je kunt zo een tijdje doorgaan met iedere keer een ander bijvoeglijk naamwoord voor de namen.
